Wat is Amblyopie?
Oogziekenhuis Zonnestraal behandeld vele oogaandoeningen,
waaronder Amblyopie.
Amblyopie is een slecht gezichtsvermogen in een
oog, ontstaan doordat dit oog zich in de vroege kinderjaren niet
normaal heeft kunnen ontwikkelen. In het Nederlands heet dit
een ‘lui oog’.
Wanneer één oog een goed gezichtsvermogen ontwikkelt, terwijl
het andere oog dat niet doet, wordt het oog met de slechtere
gezichtsscherpte het ‘luie oog’ genoemd. De afwijking komt vrij
vaak voor: bij vier op de honderd volwassenen. Meestal is er
slechts één van de twee ogen lui, maar een ‘lui oog’ kan ook in
zeldzame gevallen dubbelzijdig voorkomen.
Amblyopie kan alleen maar met succes behandeld worden gedurende de
vroege kinderjaren en daarom is het heel belangrijk dat deze
afwijking vroeg wordt ontdekt. In het algemeen kan worden gesteld
dat de ogen van een kind onder de drie jaar tenminste eenmaal
moeten worden onderzocht.
Wanneer er in de familie sprake is van scheelzien, sterke
brillenglazen, ‘luie ogen’ of andere oogheelkundige afwijkingen,
dan is het verstandig op nog jongere leeftijd dan drie jaar een
oogheelkundig onderzoek te verrichten.
In Nederland vormt het onderzoek van de ogen een onderdeel van
het PGO (periodiek geneeskundig onderzoek) op het
consultatiebureau. Bij afwijkende bevindingen wordt het
oogheelkundig onderzoek herhaald en in twijfelgevallen of bij
afwijkingen wordt het kind vervolgens doorverwezen naar een oogarts
of een orthoptist.
De ontwikkeling van het normale zien
In de eerste maanden na de geboorte ontwikkelt het
gezichtsvermogen van een baby zich snel, onder invloed van alle
visuele informatie die hij uit zijn omgeving krijgt. Ook gedurende
de vroege kinderjaren is het visuele systeem nog in staat tot
verandering.
Het gezichtsvermogen blijft zich ontwikkelen wanneer de ogen
goed kunnen functioneren. Maar als er sprake is van een stoornis in
de ogen ontwikkelt het gezichtsvermogen zich niet normaal, kan het
blijven stilstaan of zelfs achteruitgaan.
Naar algemeen wordt aangenomen, is de ontwikkeling van het
visuele systeem rond het tiende levensjaar voltooid; daarna kunnen
er geen verbeteringen meer optreden.
De ontwikkeling van een goed gezichtsvermogen in beide ogen is in
de huidige tijd zeer belangrijk. Zo wordt voor verschillende
beroepen een goed gezichtsvermogen in beide ogen gevraagd. Nu de
mensen steeds ouder worden is het van groot belang voor behoud van
zelfredzaamheid dat men twee goede ogen heeft voor het geval er op
oudere leeftijd gezichtsverlies in één oog zal optreden tengevolge
van een ongeval of een oogafwijking.
De diagnose
De diagnostiek van een ‘lui oog’ kan heel moeilijk zijn. Een
kind is zich dikwijls niet bewust dat hij een goed en een slecht
oog heeft en als er geen sprake is van duidelijk scheelzien, merken
de ouders vaak ook niet dat er sprake is van een ‘lui oog’.
De diagnose amblyopie wordt gesteld door een duidelijk verschil aan
te tonen in gezichtsscherpte tussen de twee ogen. Aangezien het
bepalen van de exacte gezichtsscherpte op jonge leeftijd moeilijk
is, schat de oogarts/orthoptist vaak de gezichtsscherpte door het
beoordelen van de volgbewegingen, d.w.z. er wordt gekeken hoe goed
een kind een lichtje of een voorwerp volgt met één oog, terwijl het
andere oog wordt afgedekt.
Als één oog duidelijk minder ziet dan het andere oog, tengevolge
van amblyopie, dan is dit bij het onderzoek vaak snel duidelijk
door slecht volgen, protesteren, of zelfs huilen van de baby. In
dit geval is nader onderzoek zeker noodzakelijk. Bij dit onderzoek
wordt na indruppelen van pupilverwijdende druppels de
brekingstoestand van de ogen bepaald.
Verder wordt de helderheid van het hoornvlies en de lens en de
toestand van het netvlies door de oogarts beoordeelt. Door deze
druppels kan tijdelijk lichtschuwheid optreden en is het zien soms
wat minder. Vanaf de kleuterleeftijd wordt de gezichtsscherpte
bepaald met de ‘plaatjeskaart’, en bij nog iets oudere kinderen
kunnen symbolen (E-haken of C-ringen) of letters gebruikt worden om
de gezichtsscherpte te meten.
De oorzaken en de symptomen
Amblyopie (‘lui oog’) kan worden veroorzaakt door elke situatie
die een normaal gebruik van de ogen nadelig beïnvloedt. In het
algemeen zijn er drie hoofdoorzaken voor het ontstaan van
amblyopie:
- scheelzien, waarbij de ogen niet op hetzelfde punt staan
gericht
- een ongelijk brekend vermogen in beide ogen (verschil in
brilsterkte)
- de normaal heldere delen van het oog zijn vertroebeld.
- Amblyopie treedt meestal op in combinatie met scheelzien. Het
beeld van het afwijkende oog wordt in de hersenen uitgeschakeld om
dubbelzien te voorkomen, en op den duur verleert het oog het kijken
en wordt daarbij lui of amblyoop. Het kind kijkt steeds met het
goede oog.
- Amblyopie kan ook optreden wanneer het beeld dat in één oog
wordt gevormd onscherp is, tengevolge van een sterkteafwijking van
het oog. Dit onscherpe beeld krijgt in de hersenen minder aandacht
en wordt min of meer verdrongen. Op den duur kan hierdoor ook een
‘lui oog’ ontstaan. Soms is er aan een dergelijk oog uitwendig
niets te zien en dit is dan ook de moeilijkste vorm van amblyopie
om op te sporen. Deze vorm van ‘lui oog’ komt alleen maar tot
uiting bij een zorgvuldige gezichtsscherpte bepaling.
- Een oogziekte waarbij troebeling van media optreedt, zoals bij
cataract (staar), kan ook leiden tot amblyopie. In dit geval wordt
er door de troebeling geen scherp beeld gevormd, waardoor ook een
‘lui oog’ kan ontstaan.
Bij het ontstaan van een ‘lui oog’ speelt ook een zekere
erfelijke aanleg een rol. Kinderen uit families waarin veel
scheelzien, ‘luie ogen’ of oogsterkte-afwijkingen voorkomen, zouden
al op jonge leeftijd op het bestaan van een aanleg in deze richting
moeten worden onderzocht.