Scheelzien is succesvol te behandelen bij vroege
ontdekking
Wat is scheelzien?
Scheelzien is een afwijking aan de stand van de ogen, waarbij de
ogen niet op hetzelfde punt gericht zijn.
Verschillende soorten scheelzien
Deze informatie gaat uitsluitend over het gewone scheelzien.
Hierbij functioneren de oogspieren normaal.
Ontwikkeling van scheelzien
Scheelzien kan optreden als de normale ontwikkeling van het
tweeogig zien wordt verstoord. Tweeogig zicht ontstaat doordat
mensen zien met beide ogen. De beelden uit beide ogen worden in de
hersenen verenigd tot één beeld.
Dit vermogen ontwikkelt zich in de eerste zes tot zeven
levensjaren van een kind, waarbij de belangrijkste ontwikkelingen
al plaatsvinden in de vroegste levensperiode.
De symptomen van scheelzien
Een flinke scheelziensafwijking is duidelijk zichtbaar. Er zijn
ook kleine afwijkingen, die nauwelijks opvallen en daardoor minder
ernstig lijken. Toch zijn de gevolgen gelijk. Alleen door een
gericht onderzoek is de kleine afwijking te ontdekken.
Scheelzien bij kinderen
Bij dubbelzien knijpt een kind vaak één oog dicht of houdt
de hand voor het oog. Daarnaast kan een kind onzekere bewegingen
maken, bijvoorbeeld misstappen, gebrekkig afstand schatten bij een
balspel of ergens naast grijpen.
Oorzaken van scheelzien
Erfelijkheid en medische problemen in de
periode rond de geboorte kunnen scheelzien veroorzaken. Ook
brilsterkte kan een oorzaak zijn van scheelzien. Tenslotte kan een
hoge verziendheid en het verschil in sterkte tussen beide ogen
leiden tot scheelzien.
Gevolgen van scheelzien
Het is mogelijk dat de afwijking al langere tijd bestaat en dat
er sprake is van een zeer slechtziend lui oog. Als het scheelzien
pas op oudere leeftijd optreedt, is de kans op een lui oog klein.
In dat geval kan het beeld van het afwijkende oog minder
gemakkelijk worden onderdrukt. Er zal dan dubbelzien optreden.
Kans op scheelzien
Scheelzien ontstaat meestal op kinderleeftijd, maar kan ook bij
volwassenen optreden. Scheelzien komt voor bij 3 tot 5 procent van
de bevolking en is niet alleen een medisch probleem. Kinderen
die scheel zien worden vaak geplaagd en ouderen kunnen hun
afwijkende oogstand als lelijk ervaren.
Scheelzien en lui oog
Een lui oog is een slecht gezichtsvermogen aan één oog. Als het
beeld van hetzelfde oog enige tijd achter elkaar wordt onderdrukt,
dan ontwikkelt het scherpzien van dit oog zich niet goed en gaat
het gezichtsvermogen achteruit. Wanneer de ogen beurtelings scheel
kijken, is de kans op een lui oog klein.
Een lui oog kan al op zeer jonge leeftijd ontstaan en het gaat
niet vanzelf over. Met een behandeling is het luie oog te
verhelpen, in elk geval voor het zesde jaar. Bij voorkeur gebeurt
dit nog eerder.
Diagnose scheelzien
Een lui oog ziet details slecht en is alleen bij jonge kinderen
succesvol te behandelen. Daarom is vroege opsporing en behandeling
belangrijk.
Onderzoek naar scheelzien
Op veel consultatiebureaus voor zuigelingen en kleuters worden
de oogjes volgens een vast onderzoek nagekeken. Als de arts
twijfelt aan de stand van de ogen of aan de kwaliteit van het zien,
stuurt hij het kind door naar de oogarts.
De oogarts en de orthoptist van Oogziekenhuis Zonnestraal
doen bij jonge kinderen uitgebreid onderzoek naar de stand en de
samenwerking van de ogen. Ook
onderzoeken zij de oogbewegingen en per oog de
gezichtsscherpte.
De orthoptist druppelt met cyclopentolaat druppels. Deze
druppels verwijden de pupillen en zorgen ervoor dat de ogen
tijdelijk niet accommoderen. Hierdoor kan de exacte sterkte
van de ogen bepaald worden.
De cyclopentolaat druppels zijn na enkele uren uitgewerkt. De
pupillen kunnen tussen de 24 en 48 uur vergroot
blijven.